Gambia is een islamitisch land. Men gaat ervan uit dat ongeveer 80% tot de islam behoort, maar volgens de officiële opgave is dit 90%. De overige 10% behoort tot een andere kerk, met name tot de anglicaanse en de rooms-katholieke. Beide kerken hebben hun eigen bisschop in Gambia. Verder zijn er (vaak geconcentreerde) groepen methodisten, Zevendedag adventisten en zelfs aanhangers van de Baha’i-leer, het best vergelijkbaar met het humanisme. Er zijn maar weinig mensen die helemaal geen overtuigingen aanhangen. Je wordt echter vooral geconfronteerd met de islam. Hoewel de manier waarop de islam wordt beleefd wel eens afwijkt van de manier waarop dat in het Midden-Oosten of aan de Afrikaanse noordkust gebeurt, een groot deel van de bevolking is streng religieus. Je kunt het merken aan de gebedsuren. Het is bepaald geen vreemd beeld als er even geen bediening is in het hotel of als er op het land een boer in gebed verzonken is. Hij zit op een gebedsmat en heeft altijd het gezicht gericht op Mekka, de geboorteplaats van Mohammed en belangrijkste bedevaartplaats voor de islamiet. Men bidt vijf maal op een dag: om 06.30 uur de Fajr, om 14.00 uur de Suhr, om 17.00 uur de Asr, om 19.30 uur de Maghrib en om 20.30 uur de Isha.

Door het gehele land zie je de moskeeën. De grootste staat in de hoofdstad Banjul en heet toepasselijk ‘Grote Moskee’. Er zijn overigens twee ‘Grote Moskeeën’ in Banjul. Maar, waar je ook komt, overal zie je al vanuit de verte de vaak indrukwekkende minaretten van de plaatselijke moskeeën. In het binnenland, waar de huizen van riet, bamboe, bladeren en leem vervaardigd zijn, valt de vaak kleurrijke moskee direct op. Gelijktijdig met de dagelijkse gebeden vindt in de moskee een godsdienstoefening plaats. De King Fahad Moskee en de Grote Moskee in Faji Kunda, Gambia.

 


De King Fahad Moskee en de Grote Moskee in Faji Kunda, Gambia.

Vanuit het koloniale verleden heeft men in Gambia de zondag als rustdag aangenomen. De heilige dag voor de islamitische Gambianen blijft echter de vrijdag. De geboortedag van de profeet Mohammed in september is een nationale feestdag. De datum verschilt van jaar tot jaar omdat de Gambianen er twee kalenders op nahouden, de westerse en de islamitische, een maanjaar. Doordat het islamitische jaar 354 dagen telt, is de datum van de islamitische feestdagen elk jaar verschillend.

De datum van ramadan is te vinden op www.ramadan.com

Islamieten vieren de ramadan. Het vindt plaats gedurende de negende maand van het islamitisch jaar, beginnend bij nieuwe maan en eindigend met een geweldig feest bij de volgende nieuwe maan. Het is een periode van vasten en bidden, tussen zonsopgang en zonsondergang wordt niet gegeten, gedronken of gerookt en is seks taboe. Direct na zonsondergang wordt op feestelijke manier gegeten en gedronken. De toerist merkt in Gambia weinig van de ramadan, een enkele keer komt het voor dat de service tijdens het avondeten iets te wensen overlaat, de gasten gaan voor, maar de bedienden hebben de gehele dag nog niet gegeten. Mensen die zich niet aan de voorschriften houden of andersdenkenden worden niet als buitenstaanders behandeld. Zwangere, zogende en menstruerende vrouwen, alsmede personen die zwaar lichamelijk werk doen en reizigers, zijn van de verplichtingen uitgezonderd. Er wordt wél van hen verwacht dat de dagen waarop niet aan de verplichtingen voldaan kon worden, later worden ingehaald.
Het einde van de ramadan (Fid-al-Fitr) wordt in Gambia bij de Franse naam genoemd: korité. Het is een nationale feestdag die landelijk gevierd wordt. De juiste dag (nieuwe maan) wordt pas een dag van te voren officieel bekendgemaakt. Men viert dat dan met het middaggebed in de moskee, gevolgd door een uitgebreide maaltijd. Vrouwen en veel kinderen worden in nieuwe kleding gestoken, waarmee ze zich na de maaltijd op straat begeven. De kinderen gaan de huizen langs, laten hun nieuwe kleren zien en wensen u ‘happy korité’. Ze verwachten als tegenprestatie geld of snoep.

Doordat Gambia niet helemaal op de evenaar ligt is er, afhankelijk van het jaargetijde toch nog enig verschil in de lengte van de dag en die van de nacht. Zo duurt de dag gedurende de ramadan in 2007 12 uur en 20 minuten, in 2010 14 uur en 24 minuten. De tijd die men per jaar (en daarbinnen zelfs per dag) geacht wordt te vasten verschilt dus aanmerkelijk.

Twee maanden en 10 dagen na het einde van de ramadan wordt Tobaski gevierd, het feest van de offerande. Er wordt een schaap, geit of kip op rituele wijze geslacht. Dit gebeurt door het dier de hals af te snijden. De slachting wordt verricht door een religieuze óf door het hoofd van het huis of de compound. Deze mag de slachting echter alleen verrichten als hij ’s morgens in de moskee de rituele slachting door de imam heeft bijgewoond. Tijdens de slachting legt de echtgenote van degene die de slachting verricht, haar hand op diens rug. Het komt nogal eens voor dat je wordt uitgenodigd om Tobaski in een gezin mee te vieren. Want dát is Tobaski: wat je hebt, delen met anderen. De dagen vóór Tobaski is het een drukte van belang op de vele veemarkten. De prijzen van het kleinvee vliegen omhoog. Om dit enigszins te omzeilen reizen veel bewoners van de kuststreek naar het binnenland, waar de prijzen lager zijn. Je zult op deze dagen extra veel schapen en geiten in en op het openbaar vervoer tegenkomen. Er wordt vaak nieuwe kleding aangeschaft, waarbij vooral de kleding van de vrouwen opvalt door de kleurrijkheid. De dag na Tobaski vertoont men er zich mee op straat. Als je uitgenodigd wordt voor het bijwonen van het feest, zal men een bijdrage in de kosten verwachten. Dit kan in natura betaald worden, bijvoorbeeld in de vorm van een baal(tje) rijst, maar een financiële bijdrage is uiteraard ook zeer welkom. Bedenk dat vele Gambianen zich in de schuld moeten steken om Tobaski te kunnen vieren. Het openbare leven ligt op deze dag vrijwel stil.