Provincies
Gambia is opgedeeld in een zestal provincies (Administrative Divisions). Aan de kust rond de hoofdstad ligt op de zuidelijke oever van de rivier Gambia (Greater) Banjul. Op de noordelijke oever van de rivier vanaf de  kust tot even voorbij Farafenye ligt de North Bank Division. Op de zuidelijke oever, onder Banjul vanaf de kust tot aan de Bintang Bolong vind je de Western Division. Op de zuidelijke oever sluit de Lower River Division hierbij aan tot de Sofaniana kreek. Zowel op de noordelijke als op de zuidelijke oever strekt zich nu in oostelijke richting de Central River Division uit tot aan Mundong Santanto op de zuidoever en Sami op de noordoever. Verder oostwaarts, tot aan de oostelijke grens met Senegal, bevindt zich de Upper River Division, eveneens aan beide zijden van de rivier.

Elke division wordt geleid door een commissaris als vertegenwoordiger van de president. Hij legt verantwoording af aan de minister van Binnenlandse Zaken.

Voor speciale doeleinden, zoals de verkiezingen, is Gambia opgedeeld in zogenaamde Administrative Area’s. Deze worden gevormd door: Banjul, Kanifing, Brikama, Kerewan, Mansakonko, Janjangbureh en Basse, ongeveer overeenkomend met de hoofdsteden van de provincies.


Districten
Een provincie is weer onderverdeeld in districten. Gambia telt in totaal 37 districten. Deze worden geleid door “chiefs” die verantwoording schuldig zijn aan de commissaris van hun provincie. Zij worden gekozen door de bevolking voor het leven. Het gebeurt vaak dat het ‘’chiefschap’’ van vader op zoon overgaat. Natuurlijk moet de zoon dan eerst voorgedragen en gekozen worden, maar hij is uiteraard goed opgeleid en heeft een enorme kennis opgedaan ‘van huis uit’. Overigens, een “chief” houdt niet alleen op “chief” te zijn door overlijden. Hoewel de benoeming voor het leven is, kan hij door middel van een referendum vervangen worden. Een referendum vindt plaats als gevolg van ongenoegen bij de bevolking, maar kan ook door de “chief” zelf georganiseerd worden als hij vindt dat hij te oud wordt of anderszins niet meer op zijn taak berekend is. Administratief is Gambia onderverdeeld in 45 gebieden, een gevolg van het feit dat sommige districten in meerdere subdistricten zijn verdeeld.

Steden
De steden in Gambia zijn veelal ontstaan door samenvoeging van kleinere dorpen of compounds, de vestiging van handelsposten of vanwege de strategische ligging. Ze hebben niet de omvang, noch het inwoneraantal dat de westerling zich voorstelt als hij aan een stad denkt. Hoewel, Serekunda telt, als grootste stad van Gambia, toch bijna 300.000 inwoners.
Het zal opvallen dat veel plaatsen verscheidene namen lijken te hebben. Serekunda bijvoorbeeld, wordt ook wel Serrekunda, Serakunda of Serre kunda genoemd en Sukuta heet soms Sabiji. De oorzaak is simpel. Er worden diverse talen gesproken in Gambia. In veel gevallen ontstaan namen door vermenging van talen en staan dan óók nog eens onder invloed van de door de Britse overheid in het verleden vastgestelde namen. In de nabije toekomst zullen er nog vele namen veranderen. In gebieden waar overwegend Wolof leven zullen de namen geleidelijk veranderen in Wolofnaam, in Mandinka-gebieden gaan Mandinka-namen overheersen, enz.


straatbeeld

Compound
Een “compound” is de kleinste leefgemeenschap in Gambia, ze bestaat uit diverse gezinnen, met aan het hoofd de oudste man. Deze oefent daadwerkelijk gezag uit en is verantwoordelijk voor alles wat er binnen zijn “compound” afspeelt.

Over het algemeen leven in een “compound” families van dezelfde afstamming, de “compound”-oudste is vaak de vader van de families binnen de “compound”, of de oudste zoon.

Meerdere “compounds” vormen een wijk. Uit deze wijk kiezen de bewoners een bewoner die hen in de Village Development Committee vertegenwoordigt.

In iedere “compound” zorgt men ook voor elkaar en wordt er veel met elkaar gedeeld. Vrouwen koken dagelijks de maaltijd en men eet in groepjes – de kinderen, de mannen en de vrouwen- uit één schaal.  Soms heeft een “compound” ook ergens een stukje grond waar groente, fruit en/of rijst wordt verbouwd voor eigen gebruik.


Bestuurlijke verantwoordelijkheid
De bestuurlijke hiërarchie wordt soms op een andere manier benaderd. Een dorpshoofd of burgemeester wordt ook wel ‘chief’ genoemd. De vroeger zo genoemde “chiefsschool” in JanjangBureh, was bestemd voor kinderen van dorpshoofden, districtshoofden en commissarissen. Dat werkte verwarring in de hand. Een dorpshoofd werd toen, net als een commissaris, chief genoemd. Dat lag wat gevoelig en men heeft toen gekozen voor de benaming ‘chief’ voor een dorpshoofd,”chiefs-chief” voor een districtshoofd en “chiefs-chiefs-chief” voor een commissaris. Soms kom je deze benaming nog tegen, vooral een districtshoofd mag zich graag “chief” of “chiefs-chief” noemen.

Aantal inwoners en bevolkingsdichtheid
Gambia telt bijna 1,5 miljoen inwoners. Jaarlijks groeit de bevolking met ca. 2,8%.  De jeugd van 13-24 jaar vormt 64% van de bevolking.

De Gambianen behoren allen tot volkeren die sinds eeuwen het Senegambia- gebied (Senegal en Gambia tezamen) bevolken. Het grootste deel van de inwoners woont aan de kust, in het binnenland zijn grote gebieden vrijwel onbewoond. Maar ook in de moeilijkst bereikbare streken treft men dorpen en ‘’compounds’’ aan. In het westen wordt elke vierkante kilometer bewoond door 250 tot 500 mensen, in de grote steden aanmerkelijk meer. In Nederland en België is dit aantal ongeveer 450. Gemiddeld telt Gambia 133 inwoners per km.

De Gambiaanse vlag
De nationale vlag van Gambia bestaat van boven naar beneden uit de kleuren rood, wit, blauw, wit en groen. De witte strepen die rood, blauw en groen van elkaar scheiden kunnen in breedte variëren.
De kleuren hebben de volgende betekenis:
–          rood staat voor de verbondenheid met de zon
–          wit betekent vrede
–          blauw vertegenwoordigt de rivier Gambia en
–          groen houdt verband met de landbouw.


Het volkslied van Gambia: For The Gambia Our Homeland
For The Gambia, our homeland
We strive and work and pray,
That all may live in unity,
Freedom and peace each day.
Let justice guide our actions
Towards the common good,
And join our diverse peoples
To prove man’s brotherhood.
We pledge our firm allegiance,
Our promise we renew;
Keep us, great God of nations,
To The Gambia ever true.